Uitspraak in het Plat: /bɾuːtpɔː͡ɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bruut·poor
Pluralis: Bruut­poor n dat Bruut­poor
[1]
geavanceerde woordenschat
Voorbeelden:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Bruut + Poor