Uitspraak in het Plat: /tɾʊmpɛɪ̯t/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Trum·peet
Pluralis: Trum­pe­ten f de Trum­peet
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits: