Uitspraak in het Plat: /stɔkfɪʃ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Stock·fisch
Pluralis: Stock­fi­sch m de Stock­fi­sch
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Stockfisch is veel ut Noorwegen inföhrt worrn.

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Stock + Fisch