Uitspraak in het Plat: /zɔmɐflɔːˑç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Som·mer·flaag
Pluralis: Som­mer­fla­gen f de Som­mer­flaag Noord-Nedersaksisch
Pluralis: Som­mer­flääg n dat Som­mer­flaag Mecklenburgisch
Pluralis: Som­mer­flääg f de Som­mer­flaag
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Sommer + Flaag