Uitspraak in het Plat: /pɔtlɪkɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pott·li·cker
Pluralis: Pott­li­ckers m de Pott­li­cker
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Pott + licken + -er