Uitspraak in het Plat: /lantdɔktəɾ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Land·dok·ter
Pluralis: Land­dok­ters m de Land­dok­ter
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Land + Dokter