zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wand·schapp
Pluralis: Wand­schäpp n dat Wand­schapp Noord-Nedersaksisch
Pluralis: Wand­schäpp m de Wand­schapp
Pluralis: Wand­schap­pen m de Wand­schapp
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Wand + Schapp