Uitspraak in het Plat: /nɔu̯tɡɛlt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Noot·geld
Pluralis: Noot­gel­ler n dat Noot­geld
[1]
geavanceerde woordenschat

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Noot + Geld