Uitspraak in het Plat: /tɔu̯huːzspɛːl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: To·huus·speel
Pluralis: To­huus­spe­len n dat To­huus­speel
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De HSV hett en Tohuusspeel gegen Werder speelt.

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: tohuus + Speel