Uitspraak in het Plat: /ɡlʏkspɔt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Glücks·pott
Pluralis: Glü­cks­pött m de Glü­cks­pott
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Glück + Pott