Uitspraak in het Plat: /fʊʃəɾɛɪ̯/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fu·sche·ree
Pluralis: Fu­sche­re­en f de Fu­sche­ree
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: fuschen + -er + -ee