Uitspraak in het Plat: /maɡnɛɪ̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Mag·net
Pluralis: Mag­ne­ten m de Mag­net
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De Magnet wiest na Noorden.