zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hu·pen
Pluralis: Hu­pens m de Hu­pen
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
a lot
Duits:
Voorbeelden:
Wi hebbt dor en Hupen Arbeit mit.

Etymologie:

Woord afgeleid van: Huup
Identieke woorden ››› hupen ❔︎ hüpen ❔︎