Uitspraak in het Plat: /bʊndsdaç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Bunds·dag
Pluralis: Bunds­daag m de Bunds­dag
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
De eerste Bundsdag keem 1815 tohoop.

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Bund + Dag