zelfstandig naamwoord
Afbreking: Fah·len
Pluralis: Fah­lens n dat Fah­len
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Woord afgeleid van: Fahl
Identieke woorden ››› fahlen ❔︎