Uitspraak in het Plat: /ɾɛɪ̯tʃɔp/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Reed·schop
Pluralis: Reed­schop­pen f de Reed­schop
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Hest du all Reedschoppen mit, de wi bruukt?

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: reed + -schop