Wöörbook

verdere vertaling voorstellen
utkamen
(/ˈuːtˈkɔːm̩/, werkwoord, Nedersaksisch)
[1]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie
6. Sallands
W. Draaijer: Woordenboekje van het Deventersch dialect. Nijhoff, ’s-Gravenhage 1896, Sied XXI
85. Noord-Barnimsch
Ludolf Parisius: Mittelmärkisches Plattdeutsch. Affpàrtije Luunsche Wöre. videel, Niebüll 2000, ISBN 3-935111-19-3, Sied 154
104. Belzig-Teltowsch
Willy Lademann: Wörterbuch der Teltower Volkssprache. Akademie-Verlag, Berlin 1956, Sied 266
116. Süüdwest-Oostfäälsch
Jahrbuch des Vereins für niederdeutsche Sprachforschung, Johrgang 100, Sied 1908

Betekenis:

Nedersaksisch:
slüppen (ut dat Ai)

Duits:
schlüpfen[b/v]

Voorbeelden:

[1]
Dat eerste Küken is al ut 'n Ai utkamen!
[2]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie

Betekenis:

Nedersaksisch:
von wat genoog hebben, so dat et utreckt

Duits:
auskommen gem

Voorbeelden:

[1]
Kannst kuum utkamen mit 'n Inkamen.
[3]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie
49. Emslandsch
Hermann Schönhoff: Emsländische Grammatik. Carl Winter, Heidelberg 1908, Sied 210
60. Oost-Mekelbörgsch
Carl Friedrich Müller: Reuter-Lexikon. Sied 149

Betekenis:

Nedersaksisch:
von binnen wat sik na buten bewegen

Duits:
herauskommen

Voorbeelden:

[1]
Bilütten kannst du ook maal ut 'n Bett utkamen.
[2]
Kannst utkamen. Bruukst di nich mehr versteken. Se is wedder weg.
[4]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie
74. West-Rodenborgsch
Heinz Lemmermann: Bookwetenpannkoken. Schünemann, Bremen 1985, ISBN 3-7961-1720-1, Sied 41
104. Belzig-Teltowsch
Willy Lademann: Wörterbuch der Teltower Volkssprache. Akademie-Verlag, Berlin 1956, Sied 266

Betekenis:

Nedersaksisch:
sik verdregen

Duits:
auskommen gem

Voorbeelden:

[1]

Etymologie:

samenstelt uit ut + kamen

Werkwoordsvorm:

[b/v]