Wöörbook

verdere vertaling voorstellen
Stück
(/ˈstʏk/, substantief, Nedersaksisch)
Stücker, n
[1]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie

Betekenis:

(in verband met getalen is het pluralis identies met het singularis)
Nedersaksisch:
Deel von en Ganz, egen Ganz

Engels:
part

Duits:
Stück gem

Voorbeelden:

[1]
Krieg ik ook en Stück af?
[2]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie

Betekenis:

(in verband met getalen is het pluralis identies met het singularis)
Nedersaksisch:
Tellmaat

Duits:
Stück gem

Voorbeelden:

[1]
Ik heff Kniepen. 10 Stück.
[3]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie

Betekenis:

Nedersaksisch:
en Speelstoff in ’t Theater

Duits:
Stück gem

Voorbeelden:

[1]
De Speeldeel will dit Johr ook wedder en Stück opföhren.
[4]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie

Betekenis:

Nedersaksisch:
Acker, Wisch

Duits:
Stück gem

Voorbeelden:

[1]
He hett gistern Mest op ’t Stück föhrt.
[5]kaart
002 003 006 007 008 009 011 010 025 028 019 018 020 049 004 021 005 026 033 048 092 099 093 040 032 094 047 015 022 043 031 068 097 098 100 095 109 096 035 069 070 034 063 065 073 062 016 001 074 036 041 101 075 082 042 067 066 044 116 115 081 080 072 061 071 050 024 030 029 013 014 078 051 077 079 060 054 017 052 064 053 105 103 102 104 106 107 083 084 085 108 086 087 027 037 038 088 110 111 058 112 091 076 089 090 113 059 057 046 114 039 045 056 012 023 055 117 118

Dialektinformationen:

    groen: wordt er gebruikt;     rood: wordt er niet gebruikt;     wit: geen informatie

Betekenis:

Nedersaksisch:
Geschicht

Engels:
story

Duits:
Erzählung
Duits:
Geschichte

Voorbeelden:

[1]
Hett he di al dat Stück vertellt, wat he nuletzt beleevt hett?