Uitspraak in het Plat: /pɔtlɔu̯t/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pott·loot
Pluralis: Pott­lööt n dat Pott­loot
[1]
geavanceerde woordenschat
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
[2]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Pott + Loot