Le­pel­kes in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈleɪ̯·pəl·kəs/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Le·pel·kes
n dat Le­pel­kes
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Conrad Nutschan, CC-BY-SA-3.0
[1]
perifere woordenschat
actief
figuratiev
Naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
shepherd's-purse

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: Lepel + -ken