män­nig­een in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmɛ·nɪçˌɛːn/
bijwoord
Afbreking: män·nig·een
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: männig + een