Hol­schen­dans in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɔlʃn̩ˌdans/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Hol·schen·dans
Plural: Hol­schen­däns m de Hol­schen­dans
[1]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: Holsch + Dans