Rü­ter­salf in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾyː·tɐ·zalf/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Rü·ter·salf
f de Rü­ter­salf
[1]
perifere woordenschat
historisch
Nedersaksisch:
in de ole Tiet en Soort Medizin

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: Rüter + Salf