Ell­ba­gen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɛlˌbɔːɡn̩/ 🔊︎
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ell·ba·gen
Plural: Ell­ba­gens m de Ell­ba­gen
Beeld, dat de onderbeduiding illustreerd
Public domain
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Lidd twischen Ünnerarm un Böverarm
Engels:
=
elbow
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: Ell + Bagen