Lucht­macht in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlʊxtˌmaxt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lucht·macht
Plural: Lucht­mächt f de Lucht­macht
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Lucht + Macht