Uitspraak in het Plat: /zʏn̩blɪk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Sün·nen·blick
Pluralis: Sün­nen­bli­cken m de Sün­nen­blick
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Sünn + Blick