Spinn­döns in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈspinnˌdœns/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Spinn·döns
Plural: Spinn­dön­sen f de Spinn­döns
[1]
perifere woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevorms door: spinnen + Dörns