Jo­den­dom in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈjoːdn̩·dɔu̯m/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Jo·den·dom
Niet gebruikt het pluralis n dat Jo­den­dom
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Jood + -dom