hatt in het Nedersaksisch

harter hartst
[1]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
keen Druck nagevend
Engels:
=
hard
Duits:
=
hart
Examples:
[2]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
[1] Du muttst harter ropen, dat he di höört.
[3]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
gau
Duits:
Examples:
[1] Von dat harte Lopen is he ganz ut de Puust.
[4]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Duits:
Examples:
[5]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Examples:
[6]
geavanceerde woordenschat
actief
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:
Examples:
[1] He is hatt achter de Deerns achterher.