sneen in het Nedersaksisch

[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:

Werkwoordvormen:

infinitief:
sneen
voltooid deelwoord:
sneet
dat
tegenwoordig:
dat sneet
verleden:
dat snee
voltooid:
dat hett sneet
conjunctief:
dat snee