Uitspraak in het Plat: /løːɡn̩zak/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lö·gen·sack
Pluralis: Lö­gen­säck m de Lö­gen­sack
[1]
geavanceerde woordenschat
figuratief
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:
Voorbeelden:
Segg doch eens de Wohrheit, du ollen Lögensack!

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Löög + Sack