Uitspraak in het Plat: /vʊsthɔu̯ɾn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wust·hoorn
Pluralis: Wust­höörn n dat Wust­hoorn Westfaals, Noord-Nedersaksisch, Märkisch, Pommersch
Pluralis: Wust­höör­ner n dat Wust­hoorn
[1]
perifere woordenschat

Etymologie:

Samengesteld woord gevormd door: Wust + Hoorn