E­ver­föh­rer in het Nedersaksisch

Uitspraak in het Plat: /ˈɛː·vɐˌføːy̯·ɾɐ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: E·ver·föh·rer
Pluralis: Everföhrers m de E­ver­föh­rer
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Ever + föhren + -er