feh­mer­­sch in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈfɛː·mɐʃ/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: feh·mersch
geen trappen van vergelijking
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
von Fehmarn
Duits:

Etymologie:

Woord afleidt van: -sch