Kraans­va­gel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɾɔːnsˌfɔː·ɡəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kraans·va·gel
Plural: Kraans­va­gels m de Kraans­va­gel West-Grupp, Nordniedersächsisch
Plural: Kraans­vö­gel m de Kraans­va­gel
[1]
geavanceerde woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kraan + Vagel