Wien­va­gel in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈviːnˌfɔː·ɡəl/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Wien·va·gel
Plural: Wien­va­gels m de Wien­va­gel West-Grupp, Nordniedersächsisch
Plural: Wien­vö­gel m de Wien­va­gel
[1]
geavanceerde woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Wien + Vagel