Knapp­holt in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈknapˌhɔlt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Knapp·holt
n dat Knapp­holt
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: knappen + Holt