Lütt­mid­dag in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈlʏtˌmɪd·daç/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Lütt·mid·dag
m de Lütt­mid­dag
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: lütt + Middag