jä­hrig in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈjɛː·ɾɪç/
bijvoegelijk naamwoord
Afbreking: jä·hrig
geen trappen van vergelijking
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Johr + -ig