Krüüz­doorn in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɾyːt͡sˌdɔu̯ɾn/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Krüüz·doorn
Niet gebruikt het pluralis m de Krüüz­doorn
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Krüüz + Doorn