Man­schet­ten heb­ben in het Nedersaksisch

Uitspraak: /manˈʃɛtn̩ ˈhɛbm̩/
frase
Afbreking: Man·schet·ten heb·ben
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Manschett + hebben