Ru­se­bu­se in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾuː·zə·buː·zə/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ru·se·bu·se
Niet gebruikt het pluralis n dat Ru­se­bu­se
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits: