Mo­tor­block in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈmoː·toː͡ɐˌblɔk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Mo·tor·block
Plural: Mo­tor­blöck m de Mo­tor­block
[1]
geavanceerde woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Motor + Block