Schild­wacht in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈʃɪltˌvaxt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Schild·wacht
Plural: Schild­wach­ten f de Schild­wacht
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Posten
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Schild + Wacht