Al­ler­hil­li­gen in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈa·lɐˌhɪ·lɪɡn̩/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Al·ler·hil·li·gen
Niet gebruikt het pluralis grammatisch ondefineerd gebruikt zonder lidwoord
[1]
geavanceerde woordenschat
is een eigennaam
Nedersaksisch:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: all + hillig