Pa­tries in het Nedersaksisch

Uitspraak: /pɔːˈtɾiːˑz/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Pa·tries
Plural: Pa­trie­sen f de Pa­tries
[1]
perifere woordenschat
naam van en biologische species
Nedersaksisch:
Engels:
Duits: