Rot­ten­kruut in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈɾɔtn̩ˌkɾuːt/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Rot·ten·kruut
Niet gebruikt het pluralis n dat Rot­ten­kruut
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Arsenik
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Rott + Kruut