Heerd­steed in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈhɛɪ̯ɾtˌstɛːˑ/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Heerd·steed
Plural: Heerd­ste­den f de Heerd­steed
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Engels:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Heerd + Steed