Ach­ter­pand in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈax·tɐˌpant/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Ach·ter·pand
Niet gebruikt het pluralis m de Ach­ter­pand
[1]
perifere woordenschat
figuratiev
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: achter + Pand