Kohl­strunk in het Nedersaksisch

Uitspraak: /ˈkɔu̯lˌstɾʊnk/
zelfstandig naamwoord
Afbreking: Kohl·strunk
Plural: Kohl­strünk m de Kohl­strunk
[1]
perifere woordenschat
Nedersaksisch:
Nederlands:
Duits:

Etymologie:

Samensteld woord gevormd door: Kohl + Strunk